Islam en Vrijheid van Meningsuiting:

1. Fatwa van Imam Abdulwahid van Bommel
& 2. brief van Sadik Harchaoui, directeur van Forum


1. Fatwa van Imam Abdulwahid van Bommel over Beledigingen op Websites: Waar liggen volgens de Islam de grenzen van Vrijheid van Meningsuiting:

Mogen moslims beledigen en uitschelden wie ze maar willen?



- - Imam Van bommel doceert

Inleiding: Ron Haleber richt zich tot de gebruikers van websites:

Zoals jullie weten doen islamgeleerden op verzoek uitspraken over zaken het geloof van moslims betreffend. Zo'n geleerde uitspraak heet 'fatwa'. Met name die van de Sjeich van de Azhar staan in hoog aanzien.

Ditmaal verzocht ik de geleerde Nederlandse imam Van Bommel om een uitspraak ter zake het modereren van websites als Marokko.nl en Maroc.nl.

In een artikel in Het Parool worden Marokkaanse websites van slordig modereren beschuldigt zodat ze met name een voedingsbodem scheppen voor anti-semitisme. Maroc.nl diende daarop een klacht in bij de Raad voor Journalistiek.

Imam Van Bommel heeft zich onderscheiden niet alleen door vele bestuursfuncties in ons land en zelfs als "cyberimam" op websites, maar met name door werken op het terrein der islamitische ethiek. Zijn laatste boek over "Islam, liefde en seksualiteit" is daar weer een overtuigend bewijs van. Graag post ik dan ook de fatwa die deze imam op mijn verzoek uitsprak speciaal ten behoeve van onze Marokkaanse websites:

Eerdere threads over dit onderwerp (met discussies) staan op website Maghreb Online:

1. Maroc.nl in pers omstreden. Kritiek prikkers niet geduld!

2. Waarom verbod op grondwettelijke discussie over Maroc-sites?


Daarnaast schreef ik Sadik Harchaoui - directeur van Forum - een brief n.a.v. beledigingen o.a. aan het adres van Saida el-Hantali door hoogopgeleide Marokkaanse moderatoren van de website Maroc.NL. Onlangs beantwoordde hij mijn brief. Zie voor deze brief hieronder



VRIJHEID VAN MENINGSUITING

Mogen moslims beledigen en uitschelden wie ze maar willen?

door Imam Abdulwahid van Bommel.

In bijna elke discussie met en over moslims liggen de vallen wijd open op ons te wachten.

Ten eerste de val van het grote verschil tussen wat de islam ergens over zegt in de zin van geopenbaarde tekst; overlevering, canonieke uitwerking of wijsheidstekst en wat mensen van allerlei denominaties binnen de islam ervan maken.

Ten tweede. Een misschien nog grotere val is die van het gebrek aan zelfbespiegeling en zelfkritiek. Niet alleen bij moslims ten aanzien van eigen doen en laten, maar ook het handelen van andere moslims van allerlei pluimage.

Nog groter zou het bezwaar moeten zijn tegen het gebrek aan kritische analyse bij de behandeling van de bronnen van waaruit wij als moslims handelen.

De moslimjurisprudentie houdt zich bezig met positieve onderbouwing van de argumenten vóór vrijheid van meningsuiting in de islam en de morele of juridische beperkingen die de islam stelt aan het uitoefenen van die vrijheid, waarbij echter het corpus van het laatste groter is dan het eerste.

Voor alle partijen: van traditionele tot fundamentalistische en van liberale tot mystiek georiënteerde moslims, bestaan aanvaardbare argumenten die al met al meer terrein voor een grotere vrijheid van meningsuiting veroveren dan buitenstaanders - na de affaire Rushdie - zouden verwachtten.

Waar nodig komen geleerden met nieuwe juridische inzichten en wordt bronnenmateriaal opnieuw geëvalueerd. Aan de ene kant is men daarin erg voorzichtig. Men zegt bijvoorbeeld niet te kunnen voortbouwen op bestaande jurisprudentie.

Aan de andere kant verklaart men dat de regels van de sjaria flexibiliteit en verdraagzaamheid aanmoedigen teneinde de ontwikkeling van iemands persoonlijkheid en karakter te bevorderen. Voortbouwend op deze gedachten dienen we het recht op vrijheid van meningsuiting als een integraal onderdeel van zelfontwikkeling te beschouwen. Wanneer je aan dit recht beperkingen gaat opleggen compromitteer je daarmee zowel de menselijke waardigheid als het verlangen om een persoonlijke groei door te maken. Terwijl dit twee door de islam erkende en gewaardeerde doelen zijn.

Traditionele geleerden hanteren meestal een juridische betekenis en definitie van vrijheid van meningsuiting. Het einddoel van het uiten van je mening is volgens hen rehabilitatie of herstel van de waarheid en bescherming van de menselijke waardigheid.

Het gebruik van discriminerende krachttermen, op basis van geaardheid, sekse, etniciteit, of welk menselijk kenmerk ook, draagt op geen enkele wijze bij aan herstel van waarheid of bescherming van menselijke waardigheid: integendeel!

De basisnotie van vrijheid is op gelijke wijze in alle rechtssystemen en tradities en culturen aanwezig. Deze heeft in essentie de betekenis van, ‘de mogelijkheid van het individu om al dan niet te zeggen of doen wat hij wil, zonder de rechten van anderen of de grenzen die door de wet zijn gesteld, te overtreden’.

Jonge mensen die de islam een plaats willen geven in Nederland zullen het in de islam aanwezige principe van wederkerigheid dienen te hanteren. Dit wordt ook wel de gulden regel genoemd.

De vroegste openbaring van de koran stelt het loochenen van de éne God gelijk aan het verstoten van de wees en verhindering van de armenzorg (107:1-3), zoals het in alle monotheïstische religies aanwezige Grote Gebod, dat de liefde tot God gelijk stelt aan de liefde tot de naaste.

Een andere opvallende parallel vormen de hierboven genoemde gulden regel: “Wat gij wilt dat mensen u doen, doet gij hen desgelijks” en de uitspraak van de profeet Mohammed: “Niemand van u gelooft werkelijk totdat hij voor zijn broeder wenst wat hij voor zichzelf wenst”.

Net als bij de andere geopenbaarde religies is er steeds de vraag ‘wie is mijn broeder?’ Is dat alleen mijn geloofsbroeder? Al in de 9e eeuw werd door moslimgeleerden geantwoord dat onder het begrip broeder ook de buren en alle mensen in nood vallen. Dit paste in het kader van het koranvers waarin wordt gezegd dat het credo voor elke moslim is: Ik geloof in elk boek dat God heeft geopenbaard en het is mij geboden ten opzichte van eenieder rechtvaardig te handelen (42:14).

Belangrijker dan het lidmaatschap van de juiste club is er de opdracht tot juist handelen. Dit is een volk dat is heen gegaan: voor hen is wat zij verdienen en voor u is hetgeen u verdient, en u zult niet verantwoordelijk worden gesteld voor hetgeen zij plachten te doen (2:134).

De Afghaanse jurist Kamali definieert in dit verband vrijheid van meningsuiting in navolging van westerse juridische teksten als:‘de afwezigheid van beperkingen voor de mogelijkheden van individuen of groepen hun ideeën aan anderen kenbaar te maken. Met dien verstande dat zij daarbij anderen niet dwingen te luisteren of andere rechten die essentieel zijn voor de waardigheid van het individu overtreden’.

Bij het vaststellen van de functie van de vrijheid van meningsuiting als rehabilitatie of herstel van de waarheid en bescherming van de menselijke waardigheid ontstaat een filosofisch probleem.

Hebben we het dan over waarheid in existentiële zin, dan is dat iets anders dan waarheid in de zin van ‘de overeenstemming van een voorwerp met zichzelf’, of ‘de overeenkomst van een uitspraak met een stand van zaken’, wanneer bijvoorbeeld wordt gezegd dat een bepaalde uitspraak waar is.

De waarheid van een uitspraak kan voor en tussen mensen belangrijk zijn. De waarheid waarbij het Zijn zichzelf aan ons onthult, is van een andere orde.

Vroegere moslimfilosofen hebben dit begrip vrijheid van meningsuiting in de metafysische betekenis gehanteerd waarbij het erom gaat dat de scheppende voorwaarde voor de mogelijkheid tot waarheid te komen die van vrijheid is.

Wanneer kunstproducten teksten of voorstellingen bevatten met lasterlijke beschuldigingen (qadhf); smaad (iftirâ); belediging (sabb, sjatm); vervloeking (la’n); een moslim tot ongelovige verklaren (takfier al-muslim); tweedracht of verstoring van de openbare orde (fitna); en blasfemie (sabb Allah of sabb rasoel), etc., kunnen ze onder juridische restricties vallen.

Een probleem hierbij is vooral dat ook stijlmiddelen als ironie, humor, en allerlei vormen van dichterlijke of creatieve vrijheid soms heel letterlijk worden genomen en daarmee een andere betekenis krijgen.

Afgezien van de vindingrijkheid van de juristen om zaken onder een bepaalde noemer te laten vallen of juist niet, hebben we te maken met een redelijk grote terughoudendheid op het gebied van uitbeelden.

Het maken van beelden;figuratieve kunst in het algemeen, maar ook personificatie van de profeet of zijn tijdgenoten, hebben altijd onder zware ethische en juridische restricties gestaan.

Toch is de film ar-Risalah, waarbij in de Engelstalige versie Antony Quin de rol van Hamza, oom van de profeet speelt, een succes geworden in de moslimwereld. De ondertussen overleden acteur Antony Quin heeft daarna onder dezelfde regisseur ook nog de rol van Umar al-Muchtar, moslimsjeich en verzetsheld in de recente Libische geschiedenis, gespeeld. Dus voor de jurisprudentie ligt de precedenten klaar.

Lees de discussie hierover op Marokko.nl



2. BRIEF VAN SADIK HARCHAOUI OVER BELEDIGINGEN DOOR HOOGOPGELEIDE MAROKKANEN.

Sadik Harchaoui - directeur van Forum - beantwoordde mijn brief n.a.v. beledigingen o.a. aan het adres van Saida el-Hantali door hoogopgeleide Marokkaanse moderatoren van de website Maroc.NL.

Op Maroc.NL vond een zeer lange discussie plaats over incest onder Marokkaanse gezinnen. De televisie-uitzending van NOVA daarover waar Saida el-Hantali met een slachtoffer daarvan sprak, was doorverbonden naar de Marokkaanse site:
Hier is het incest-topic met de reacties van rond 1000 kijkers van NOVA te herlezen

Op opmerkingen van Ron Haleber en ook van een Marokkaans sociaal werker uit Eindhoven die zich daar 'Rafiq' noemt, werd zeer beledigend gereageerd met name door de moderatoren van die site. In zijn brief geeft Sadik Harchaoui weliswaar een diplomatieke reactie, maar wanneer men goed leest is zijn antwoord overduidelijk.

Ron schrijft overigens na twee jaar niet meer op Maroc.NL wegens herhaald grof uitschelden door drie Marokkaanse moderatoren van zijn persoon - ondanks het feit dat de voorzitter Mohamed Aissati hem daaromtrent in het gelijk stelde. Het via discussie aan de kaak stellen van salafisme als voedingsbodem voor terrorisme is op die site blijkbaar verboden. Ook anderen als de jurist 'Maarten' en 'Simon' vertrokken samen met hem wegens het beleid,


FORUM - INSTITUUT VOOR MULTICULTURELE ONTWIKKELING

kenmerk: Groet van Sadik Harchaoui

betreft lncestproblematiek /datum 12-08-04


Beste Ron,

Al weer een hele tijd geleden zond je me een indrukwekkende mail (met documenten) over incestproblematiek en de wijze waarop op/door de website op werd gereageerd. Nu weetje dat ik mij niet aangesproken voel als'broedergenoot'of spreekbuis van elke Marokkaan of de Marokkaanse gemeenschap. Je weet dat ik vanuit mijn professie een bijdrage probeer te leveren aan de oplossing van problemen van de Nederlandse samenleving: soms gaan die problemen over criminaliteit van Marokkaanse jongens, soms over suïcidaliteit onder Surinaamse meisjes, jeugdwerkloosheid onder allochtone jongeren, schooluitval op VMBO'S, discriminatie van HBO/WO ers op de arbeidsmarkt, emancipatieproblemen en wat dies meer zij.

Ik voel mij niet gebonden aan kleur, etniciteit of wat dan ook. Geen spreekbuis dus, én ook geen belangenbehartiger, tenzij zulks in het belang is van de Nederlandse samenleving. Je zult begrijpen dat ik onmogelijk mij kan bezighouden met elke discussietopic op het onmetelijke internet. Ik heb dan ook geen tijd om dat te volgen.

Niettemin poneer je wel belangrijke onderwerpen die het waard zijn om verder te doordenken. Onbeschoftheid is niet voorbehouden aan de onderklasse of zo; ook buitengewoon hoogopgeleide jongens en meisjes, dus ook Marokkanen, maken zich somtijds schuldig aan onfatsoenlijk en ja tamelijk onbeschofte gedragingen. Het is voor mij en met mij vele anderen (van politieagent tot hulpverlener) toch onmogelijk om individueel te interveniëren.

Wat we hooguit, kunnen doen is processen doorbreken. En daarom heb ik juist veel aandacht - ook vanuit FORUM - voor jeugd en veiligheid; voor emancipatie en integratie, voor sociale cohesie, discriminatie, en wat dies meer zij.

In het kader van jeugd en veiligheid bijvoorbeeld zullen we het thema van de loverboys belichten; we doorbreken in islamitische gezinnen taboes rondom huiselijk geweld en sexueel geweld enzovoorts.

Binnenkort gaan we starten met een interventieteam relationeel geweld en sociale druk. Uiteindelijk moet dit ertoe leiden dat gemeenten aandacht hebben voor dit soort processen en daar wat aan doen. Dit alles heeft niet zo gek veel met stigmatisering te maken.

Stigmatisering als sociaal fenomeen is onwenselijk, wie ook het object ervan is (zigeuners, joden, Marokkanen enz.). Maar dat betekent nog niet dat je individuen die zich onheus gedragen niet mag aanspreken op hun gedrag. De onwenselijkheid van het fenomeen stigmatisering is geen excuus voor wie dan ook.

Ik heb, tenslotte, geen ervaring met webmasters. Er zullen toch ongetwijfeld regels zijn van wat wel of niet wordt gepost? Met democratie heeft dat toch niet zoveel van doen. Als iets bedoel is om te discussieren, dan moet dat doel ook nagestreefd worden. Maar dat betekent ook weer niet dat iedereen het met elkaar eens hoeft te zijn. Dat is de ware aard van het debat.

Een debat is open, constructief en laat ruimte voor verschillende opvattingen. Bekeringsdrift (in welke richting dan ook) leidt meestal tot niets, het gaat - naar mijn bescheiden mening - om de kracht van de argumenten.

Met vriendelijke groet,

Sadik Harchaoui



Meer over Imam van Bommel op de website van Ron Haleber:

NAAR DE WEBSITE VAN RON HALEBER



Interview met imam Abdulwahid van Bommel over fundamentalisme van Marokkaanse jongeren


Aansluitend: Commentaar Farid Achahboun & repliek van imam Van Bommel